Uitleg 30%-regeling

Uitleg 30%-regeling

30 januari 2020 Nieuws

Werknemers die tijdelijk naar het buitenland of naar Nederland worden uitgezonden, krijgen vaak een vergoeding voor de extra kosten van dat verblijf buiten het land van herkomst, de zogenoemde extraterritoriale kosten. Voor het vergoeden van die kosten heb je een keuze: het vergoeden van de werkelijke extraterritoriale kosten of, onder voorwaarden, toepassen van de 30%-regeling.

Vergoeden van werkelijke kosten
De vergoeding voor extraterritoriale kosten is een gerichte vrijstelling. Vergoed je de werkelijke extraterritoriale kosten, dan moet je deze, in redelijkheid gemaakte, kosten aannemelijk maken. Je houdt dan de kosten en de vergoeding per werknemer bij in de loonadministratie.

Vergoeden met 30%-regeling
Als je de 30%-regeling gebruikt, mag je, zonder nader bewijs, maximaal 30% van het loon inclusief de vergoeding onbelast geven (gerichte vrijstelling) voor de extraterritoriale kosten. In plaats daarvan mag je ook maximaal 30/70 van het loon exclusief de vergoeding geven als onbelaste vergoeding. De voorwaarden voor het toepassen van deze regeling vind je op deze pagina van de Belastingdienst.

Geef je daarnaast ook nog een vergoeding of verstrekking voor de werkelijke extraterritoriale kosten, dan is deze vergoeding of verstrekking loon van de werknemer. Je mag dit loon ook aanwijzen als eindheffingsloon (zie hiervoor het Handboek Loonheffingen).

Zijn de werkelijke extraterritoriale kosten hoger dan de 30%-vergoeding, dan zijn de werkelijke kosten een gerichte vrijstelling. Je mag de 30%-regeling dan niet meer toepassen.