Nieuwsbrief Loonheffingen 2020 gepubliceerd

Nieuwsbrief Loonheffingen 2020 gepubliceerd

31 oktober 2019 Nieuws

De Belastingdienst heeft de nieuwsbrief Loonheffingen 2020 gepubliceerd.  In deze nieuwsbrief vind je alle informatie over de veranderingen voor 2020.

De volgende onderwerpen worden behandeld in de nieuwsbrief Loonheffingen 2020:

  1. Temporisering verhoging AOW-leeftijd
  2. Wijzigingen lage-inkomensvoordeel (LIV) en jeugd-LIV
  3. Kennisdocument Wtl versie 6.0
  4. Fiets van de zaak
  5. Vanaf 2020 einde vaksector voor uitzendwerkgevers
  6. ZW-uitkering telt niet langer mee voor hoogte arbeidskorting
  7. Wet arbeidsmarkt in balans / onderdeel payrolling
  8. Wet arbeidsmarkt in balans / onderdeel premiedifferentiatie WW

 

Bovenstaande onderwerpen lichten wij hieronder verder toe.

 

Download hier de nieuwsbrief Loonheffingen 2020

 

Temporisering verhoging AOW-leeftijd

Op 1 januari 2020 treedt de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd in werking. De AOW-leeftijd blijft in 2020 en 2021 op 66 jaar en 4 maanden.

Daarna wordt vanaf 2022 de AOW-leeftijd stapsgewijs verhoogd tot 67 jaar in 2024. Vanaf 2025 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.

Meer informatie is te vinden via svb.nl.

 

Wijzigingen lage-inkomensvoordeel (LIV) en jeugd-LIV

Per 1 januari 2020 wijzigt het lage-inkomensvoordeel (LIV) en het jeugd-LIV. Het LIV hangt af van het gemiddelde uurloon van de werknemer. Er zijn op dit moment twee groepen maar met ingang van 1 januari 2020 vervalt het onderscheid tussen deze twee groepen werknemers. Er geldt dan nog maar een bedrag van het voordeel per verloond uur en een maximaal bedrag per kalenderjaar van het LIV .

Voor een werknemer met een gemiddeld uurloon van € 10,05 of meer, maar niet meer dan € 12,58 heeft de werkgever aanspraak op een LIV van € 0,51 per verloond uur met een maximum van € 1.000 per kalenderjaar. Deze bedragen worden per 1 januari 2020 nog geïndexeerd aan de hand van de hoogte van het minimumloon per 1 januari 2020. Ook wijzigen per 1 januari 2020 de bedragen die gelden voor het jeugd-LIV. Het bedrag van het voordeel per verloond uur en het maximale bedrag per kalenderjaar per werknemer gaan naar beneden.

Kennisdocument Wtl (versie 6.0)

Het kennisdocument WTL  heeft een nieuwe versie met de volgende aanpassingen:

  • tabel met de hoogte van het jeugd-LIV voor 2019 is toegevoegd (paragraaf 3.4)
  • tabel met uurloongrenzen van het jeugd-LIV voor 2019 is toegevoegd (paragraaf 3.5)
  • tekst over voorwaarden LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer is aangepast (paragraaf 4.2)
  • vraag en antwoord 5.17 is toegevoegd. Dit gaat over de betekenis van de loonwaardebepaling voor de LKV
    banenafspraak en scholingsbelemmerden.

Het document staat op Rijksoverheid.nl

Fiets van de zaak

Wanneer je een (elektrische) fiets geeft aan je werknemer voor woon-werkverkeer dan wordt de fiets in ieder geval ook privé gebruikt.

Hiervoor moet jaarlijks een bedrag bij het loon opgeteld worden. Het percentage is per volgend jaar 7% van de waarde (inclusief btw) van de (elektrische) fiets voor elk jaar dat de werknemer de fiets gebruikt.
De waarde van de fiets is de in Nederland door de fabrikant of importeur publiekelijk kenbaar gemaakte consumentenadviesprijs. RAI-vereniging zet hiervoor een database op. Als de oorspronkelijke consumentenadviesprijs niet te achterhalen is, dan mag je uitgaan van de consumentenadviesprijs (inc btw) van de meest vergelijkbare fiets.

De bijtelling is loon in natura. Daarover wordt loonheffing ingehouden, premies werknemersverzekeringen en Zvw berekent te worden. Dit mag ook als eindheffingsloon (wkr) aangewezen worden.

Vanaf 2020 einde vaksector voor uitzendwerkgevers

Vanaf 1 januari 2020 valt een groot deel van de uitzendwerkgevers onder sector 52. Uitzendbedrijven. Uitzendwerkgevers die zijn ingedeeld in een vaksector ontvangen een nieuwe beschikking sectorindeling van de Belastingdienst.

Voor nieuwe uitzendwerkgevers is het sinds 25 mei 2017 niet meer mogelijk om ingedeeld te worden in een vaksector. Voor uitzendwerkgevers die vóór deze datum al in een vaksector waren ingedeeld, is deze nog van toepassing bij ongewijzigde werkzaamheden. Deze overgangsregeling eindigt per 1 januari 2020.

ZW-uitkering telt niet langer mee voor hoogte arbeidskorting

In sommige gevallen heeft een werknemer recht op een ZW-uitkering. Bijvoorbeeld orgaandonoren en werknemers die onder de no-riskpolis vallen.

Vanaf 1 januari 2020 telt een ZW-uitkering niet meer mee als inkomen dat bepalend is voor de hoogte van de arbeidskorting. Voor mensen die een vrijwillige ZW-verzekering bij het UWV hebben afgesloten geldt een uitzondering. Daarbij telt het inkomen altijd mee voor de arbeidskorting.

Voor mensen die op 31 december 2019 recht hadden op een ZW-uitkering en van wie deze uitkering blijft doorlopen in 2020 (of daarna), blijft die ZW-uitkering meetellen als inkomen voor de arbeidskorting.

Onderdeel payrolling (Wab)

De Wet arbeidsmarkt in balans treedt in werking op 1 januari 2020. Volgens de definitie ‘payrolling’ is payrolling een speciale vorm van een uitzendovereenkomst waarbij sprake is van de volgende verschillen:

  • Bij de uitzendovereenkomst zoekt het uitzendbureau een voor de opdrachtgever (inlener)
    geschikte werknemer op de arbeidsmarkt. Bij payrolling heeft het payrollbedrijf hier geen
    bemoeienis mee. De opdrachtgever (inlener) of een derde zorgt zelf voor een geschikte werknemer.
  • Het uitzendbureau kan een uitzendkracht ook voor andere werkgevers laten werken. Bij payrolling
    is daarvoor toestemming nodig van de opdrachtgever (inlener).

Verder regelt de Wab dat voor een nieuwe of bestaande payroll werknemer dezelfde arbeidsvoorwaarden gelden als een werknemer met dezelfde functie bij de opdrachtgever (inlener).

Ook is het uitzendbeding van de uitzendovereenkomst vanaf 1 januari 2020 niet langer van toepassing op een payrollovereenkomst.
Er moet dus per werknemer worden gekeken of er sprake is van een payroll werknemer of een uitzendkracht.

Onderdeel premiedifferentiatie (Wab)

De sectorpremie verdwijnt per 2020 en dit wordt één premie: Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf). Deze premie kent twee percentages:

  1. AWf laag (vast)
  2. AWf hoog (flex)

Het verschil is 5%.

De lage premie is van toepassing als aan 3 voorwaarden wordt voldaan:

  • Er is sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd
  • De arbeidsovereenkomst is schriftelijk
  • En er is geen sprake van een oproepovereenkomst

Verder zijn er een aantal uitzonderingen die toegelicht worden in de nieuwsbrief Loonheffingen 2020.

 

Meer informatie over de Wab?

Zie ook: Ben jij in balans? De Wet arbeidsmarkt in balans komt eraan