Aandachtspunten bij inzetten van vakantiekrachten

Aandachtspunten bij inzetten van vakantiekrachten

21 juni 2019 Nieuws 0

Het is eindelijk zomer! De vrije dagen en vakanties voor de vaste medewerkers zijn ingepland. Het inzetten van vakantiekrachten is een efficiënte oplossing om jouw werknemers vakantie te laten vieren of om de piek in de zomerperiode op te vangen. Wat komt er eigenlijk allemaal kijken bij het inzetten van vakantiekrachten?

Beloning
De jeugdige vakantiewerker heeft tenminste recht op een percentage van het minimumloon. In de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is beschreven welk percentage bij welke leeftijd hoort. Dit varieert van tachtig procent van het minimumloon voor een 21-jarige tot dertig procent voor een vijftienjarige werknemer. Voor dertien- en veertienjarige werknemers geldt wettelijk geen minimumloon.

Leeftijd van de vakantiewerker
De vakantiewerker moet minimaal dertien jaar oud zijn. Volgens het arbeidsovereenkomstenrecht in het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een minderjarige van zestien jaar en ouder zelfstandig, zonder toestemming van zijn wettelijk vertegenwoordiger, een arbeidsovereenkomst aangaan. Een minderjarige die de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, heeft in beginsel wel de toestemming van zijn wettelijk vertegenwoordiger nodig, maar als de minderjarige vier weken zonder die toestemming heeft gewerkt, wordt die toestemming geacht te zijn gegeven. Het BW noemt daarbij geen minimumleeftijd van dertien jaar. De leeftijd van dertien jaar volgt dan ook niet uit het BW maar uit de Arbeidstijdenwet.

Arbeidstijdenwet en vakantiewerk
Voor de vakantiewerkers die jonger zijn dan achttien jaar geldt de bescherming van jeugdigen uit de Arbeidstijdenwet. Deze wet verbiedt in eerste instantie kinderarbeid. Onder kind (jongere) wordt verstaan een persoon jonger dan zestien jaar. De wet staat echter enkele uitzonderingen op dit verbod toe, maar stelt daarbij speciale regels, die gelden voor de aard van de te verrichten arbeid en de arbeids- en rusttijden. Bovendien wordt een onderscheid gemaakt tussen werken op schooldagen (dus niet vallend onder de definitie van vakantiewerk) en werken op dagen, dat zij niet naar school gaan en in vakantieperioden. Hoofdregel is dat de school altijd voorgaat.

Lichte niet industriële arbeid
In de eerste plaats moet het bij deze categorie jonge werknemers gaan om lichte, niet-industriële arbeid. Daarbij kan gedacht worden aan werk in winkels, kantoren, horeca, landbouw, maneges of campings. Daarnaast mag de arbeid de zogeheten ‘klusjes rond het huis en in de buurt’ betreffen, zoals auto’s wassen en oppassen.

Vakantiewerkers mogen dus niet zomaar voor alle soorten werk worden ingezet, en het werk mag lichamelijk zeker niet te zwaar zijn. Wat betreft de arbeids- en rusttijden en de aard van het werk gelden globaal genomen de volgende regels voor het werken tijdens vakantieweken: